Meditatie Kerkblad

 

 

 

Op deze pagina kunt u uit ons kerkblad de meest recente meditatie lezen.


Middelaar - Priester - Zaligmaker

‘En al de tollenaars en de zondaars naderden tot Hem, om Hem te horen.’ (Lukas 15 : 1)

Onze Heere Jezus Christus wordt de Middelaartussen God en de mens genoemd. Middelaar wil zeggen dat Hij voor iedereen bereikbaar moet zijn. Een middelaar bemiddelt niet voor een partij - hij moet dichtbij beide partijen staan tussen wie hij bemiddelt. Indien Jezus Christus een volkomen Middelaar tussen God en de mens zal zijn, moet Hij zo dicht bij God kunnen komen, dat God Hem Zijn medegenoot zal noemen. Vervolgens moet Hij zo dicht tot de mens naderen, dat Hij Zich niet zal schamen hem broeder te noemen. En zo is onze Heere precies.

Denk hier eens over na, u die niet tot Jezus durft te gaan. Hij is Middelaar en daarom mag u tot Hem komen. Jacobs ladder reikte van de hemel tot aan de aarde, maar als hij zes van de onderste treden had weggezaagd, zou de ladder toch geen enkel nut hebben gehad? Wie zou de berg des HEEREN kunnen beklimmen? Jezus Christus is de grote verbinding tussen hemel en aarde, maar indien Hij de arme, sterfelijke mens die tot Hem komt, niet wil aanraken, wat hebben de mensenkinderen dan aan Hem? U heeft werkelijk een Middelaar tussen God en uw ziel nodig. U moet niet denken dat u zonder Middelaar tot God kunt komen; maar u heeft geen middelaar tussen uzelf en Christus nodig. Er is een noodzakelijke voorwaarde om tot God te komen - u mag niet tot God komen zonder een volkomen gerechtigheid. Maar u mag zonder enig voorbehoud en zonder enige gerechtigheid tot Jezus komen, omdat Hij als Middelaar alle gerechtigheid en gepastheid die u nodig heeft in Zich heeft. En Hij is gewillig deze aan u te schenken. U mag vrijmoedig tot Hem komen. Hij wacht om u door Zijn bloed met God te verzoenen.

Behalve Middelaar is Christus ook Priester. Het woord ‘priester’ heeft vandaag een heel slechte klank gekregen, maar het is een bijzonder zoet woord, zoals we het in de Heilige Schrift vinden. Bij het woord ‘priester’ moeten we niet denken aan een opzichtig geklede huichelaar, die zich afzijdig houdt van andere gelovigen, die twee treden hoger staat dan het overige volk en die meent macht te hebben om de mens de zonde te vergeven. De ware priester was juist de broeder van al het volk. Niemand in de hele legerplaats van Israel ging zo broederlijk met het volk om als Aäron. In feite waren Aäron en de priesters na hem namens God zozeer het belangrijkste contactpunt dat, wanneer een melaatse te onrein werd om door iemand anders benaderd te worden, het uiteindelijk de priester was die hem aanraakte.
Al was het huis vanwege de melaatsheid verontreinigd, de priester ging toch naar binnen. Misschien was de man besmet, maar hij sprak met hem en onderzocht hem. En als die zieke man genezen was, moest de eerste persoon die hem aanraakte, een priester zijn. ‘Ga heen, toon uzelven den priester’, was de opdracht aan elke beter wordende melaatse. En pas wanneer de priester weer vriendschappelijk met hem omging en hem een gezondheidsverklaring had gegeven, kon hij in de Joodse legerplaats ontvangen worden.
De priester was de ware broeder van het volk, die vanuit hun midden aangesteld werd en op elk moment bereikbaar was, die in hun midden, midden in de legerplaats, woonde. Die bereid was om voor de goddeloze en bedroefde voorspraak te doen.
U zult er toch nooit aan twijfelen dat, indien Jezus het ambt van Priester volkomen in ere houdt - en dat doet Hij ook - Hij van alle mensen het best bereikbaar moet zijn: bereikbaar voor de arme zondaar, die zich aan de wanhoop heeft overgegeven, die alleen door een offer gered kan worden.  Bereikbaar voor de vuile hoer, die buiten de legerplaats is gezet, die alleen door het bloed gereinigd kan worden. Bereikbaar voor de ellendige dief, die de straf voor zijn misdaden moet ondergaan, die alleen door de grote Hogepriester vergeven kan worden. Misschien is er niemand die zich erom bekommert om u, o bevende uitgestotene, aan re raken, maar Jezus wel. Het kan zijn dat u vanwege uw ongerechtigheden terecht en rechtvaardig van alle mensen gescheiden bent, maar u bent niet gescheiden van die grote Vriend van zondaren, Die op dit moment verlangt dat tollenaren en zondaren tot Hem komen.

In de derde plaats is de Heere Jezus onze Zaligmaker. Maar ik begrijp niet hoe Hij Zaligmaker kan zijn tenzij diegenen die verlossing nodig hebben, tot Hem kunnen gaan. Toen de bloedende man op de weg naar Jericho lag, gingen de priester en Leviet aan de overkant voorbij. Zij waren dus geen verlossers en dat konden ze ook niet zijn. Maar hij was de redder die toen hij de man zag, zich over hem neerboog en wijn en olie nam en die in de gapende openingen van zijn wonden goot. En die hem met tedere liefde optilde en op zijn eigen dier zette en hem naar de herberg bracht. Hij was de ware redder. En, o zondaar, Jezus Christus wil komen juist daar waar u bent, en al zijn uw wonden vanwege de zonde nog zo vuil, ze zullen Hem niet bij u vandaan houden. Zijn liefde zal de weerzinwekkende walgelijkheid van uw ongerechtigheid overwinnen, want Hij kan en wil mensen zoals u zaligen. Ik zou vele andere eigenschappen van Christus kunnen noemen, maar met deze drie kunnen we volstaan. Als de Geest ze zegent, zult u ongetwijfeld gaan beseffen dat het niet moeilijk is om tot Jezus te gaan.

C.H. Spurgeon
Uit: ‘Zoekt en gij zult vinden’

 

 

Uit ons kerkblad van september / oktober 2018