Meditatie Kerkblad

 

 

 

Op deze pagina kunt u uit ons kerkblad de meest recente meditatie lezen.


Pleitend geloof

‘Doe, gelijk als Gij gesproken hebt.’ (2 Samuël 7 : 25b)

We kunnen uit onze tekst leren dat het ware geloof het Woord van God aanneemt en de Heere dringend bidt Zijn Woord ook waar te maken.

Gods Woord aannemen
Het is het werk van het geloof om Gods Woord aan te nemen. Dit is duidelijk, omdat het Woord het onmiddellijke voorwerp van het geloof is. Er is geen andere spiegel, waarin God zaligmakend gezien kan worden, dan Zijn Woord; in het bijzonder Zijn Woord van genade en belofte, Rom. 10 : 8 en 17: ‘Nabij u is het Woord, in uw mond en in uw hart. Dit is het Woord des geloofs, hetwelk wij prediken. Zo is dan het geloof uit het gehoor, en het gehoor door het Woord Gods.’
Bij ‘geloof’ gaat het om een relatie, een bepaalde betrekking. Het geloof heeft betrekking op de betrouwbaarheid van de spreker. Het geloof heeft ook betrekking op een woord, dat geloofd moet worden. Uit de hele Schrift is duidelijk, dat het voornaamste werk van het geloof is te vertrouwen op het Woord van God. De psalmist van Psalm 119 spreekt telkens over het ‘vertrouwen op Zijn Woord’ en ‘het hopen op Zijn Woord’ en ‘het verblijden in Zijn Woord’ Op deze manier neemt de dichter God aan op Zijn Woord.

Aandringen bij God
Het is het werk van het geloof om er bij God op aan te dringen dat Hij Zijn Woord nakomt. Het is het werk van het geloof om op de vervulling van Gods Woord te pleiten, dat Hij zal doen wat Hij gezegd heeft. Dit blijkt uit Psalm 119 : 49: ‘Gedenk des woords, tot Uw knecht gesproken, op hetwelk Gij mij hebt doen hopen.’ Hoe vaak pleit de dichter niet bij God? Twee voorbeelden hiervan: ‘Wees mij genadig naar Uw toezegging.’ (vers 58) ‘Maak mij verstandig naar Uw woord.’ (vers 169) Deze teksten komen hierop neer: Doe, gelijk als Gij gesproken hebt!

Hoe neemt het geloof het Woord aan?
Het geloof neemt het Woord van God aan door het verstandelijk te bevatten. De mens wordt door God onderwezen en zijn ogen worden geopend. Hij erkent dat dit het Woord van Gód is, dat op de juiste tijd tot zijn vermoeide ziel gesproken wordt. Zij die het Woord niet verstaan, zullen het nooit door het geloof aannemen. Filippus vroeg aan de kamerling: ‘Verstaat gij ook, hetgeen gij leest?’ (Hand. 8 : 30) Zo mogen wij ook vragen: Verstaat gij ook, hetgeen gij hóórt? Zijn uw ogen geopend om de wonderen van Zijn wet of leer te aanschouwen? Om de heerlijkheid van Christus te zien, die u wordt voorgehouden in Zijn Woord?
Het geloof neemt Gods Woord ook aan door een bijzondere toepassing ervan aan het hart, zodat het Woord begrepen wordt en er van harte mee ingestemd wordt. ‘Met het hart gelooft men ter rechtvaardigheid.’ (Rom. 10 : 10). Het hart wordt zaligmakend verlicht. Van veel mensen is alleen het verstand verlicht, ze gaan anders denken, maar hun hart is er niet bij betrokken en ze worden er niet door geraakt.

Hoe te pleiten op de vervulling?
Het geloof pleit op de barmhartigheid van Hem Die de belofte gedaan heeft, dat het een eeuwige en onveranderlijke barmhartigheid is. ‘HEERE, HEERE, God, barmhartig en genadig.’ (Ex. 34 : 6). Het geloof pleit ook op de waarheid die de belofte vervullen moet. Dit wordt genoemd de trouw aan Jakob en de goedertierenheid aan Abraham (Micha 7 : 20). Zijn naam is getrouw en waarachtig.
Het geloof pleit ook op de macht van Degene Die belooft en is er ten volle van verzekerd dat Hij machtig is te doen wat Hij beloofd heeft. En dat Hij niet iets beloofd heeft wat Hij niet zou kunnen doen.
Het geloof pleit ook op het bloed van het verbond, dat al de beloften van het verbond verzegelt. Om deze reden zijn alle beloften in Christus Jezus ja en amen.
Het geloof pleit ook op de liefde van God tot Christus. Het geloof bidt in Zijn Naam, dat God, vanwege de liefde die Hij Christus toedraagt, wil ‘doen gelijk Hij gesproken heeft.’
Het geloof pleit ook op de onveranderlijkheid van God en van Zijn Woord, want ‘het Woord des Heeren blijft in der eeuwigheid’ (1 Petr. 1 : 25). Het geloof pleit erop dat de HEERE niet wordt veranderd en de kinderen Jakobs daarom niet verteerd zijn (naar Mal. 3 : 6). Het geloof pleit ten slotte ook op Gods Naam: ‘Wat zult Gij niet voor Uw grote Naam doen?’

Waarom een werk van het geloof?
Het is een werk van het geloof om God op Zijn Woord te geloven en bij Hem aan te dringen op de vervulling ervan. In de eerste plaats omdat het Gods raadsplan is om ons Zijn Woord te geven. ‘Deze zijn geschreven, opdat gij gelooft, dat Jezus is de Christus, de Zone Gods; en opdat gij, gelovende, het leven hebt in Zijn Naam.’ (Joh. 20 : 31) Het Evangelie wordt tevergeefs verkondigd, als mensen God niet op Zijn Woord geloven en daarop niet vertrouwen.
In de tweede plaats omdat we op deze wijze God verheerlijken. Hoe meer we op het goddelijke Woord rusten, hoe meer wij God verheerlijken. ‘Abraham was gesterkt in het geloof, gevende God de eer.’ (Rom. 4 : 20) Op deze manier geven we Hem de eer van Zijn waarheid en van Zijn andere volmaaktheden.
Een derde reden om God op Zijn Woord te geloven en bij Hem aan te dringen op de vervulling: zo komt Gods eer vast en zeker tot ons. Dat is Hij aan Zijn eer verplicht, want ‘Hij kan Zichzelven niet verloochenen.’ (2 Tim. 2 : 13)
En de laatste reden om God op Zijn Woord te geloven, is dat het geloof op geen andere manier kan leven, dan op het Woord van God. Want ‘de mens zal bij brood alleen niet leven, maar bij alle woord, dat door de mond Gods uitgaat.’ (Matth. 4 : 4) ‘Dit is mijn troost in mijn ellende, want Uw toezegging heeft mij levend gemaakt.’ (Ps. 119 : 50)

Ralph Erskine (1685 - 1752)

 

 

Uit ons Kerkblad oktober - november 2019