Meditatie Kerkblad

 

 

 

Op deze pagina kunt u uit ons kerkblad de meest recente meditatie lezen.


Het medelijden van Christus

‘Want wij hebben geen hogepriester, die niet kan medelijden hebben met onze zwakheden, maar Die in alle dingen, gelijk als wij, is verzocht geweest, doch zonder zonde.’ (Hebreën 4 : 15)

Te midden van de vele dreigingen is het een troost als we mogen weten dat Jezus Christus zit aan de rechterhand van Zijn Vader. En dat Hij met eer en heerlijkheid is gekroond. Dat alle machten Hem zijn onderworpen. Toch kan juist de gedachte aan verhevenheid van Christus ons wel eens doen vragen: Is Christus niet te hoog en te ver? De afstand tussen Hem en ons is voor ons besef vaak zo groot. Zou Hij wel afweten van ons getob op de weg van het geloof, van ons struikelen en vallen? Zou Hij wel weet hebben waar wij zo vaak mee zitten: de verzoekingen die op ons afkomen, waarvoor wij altijd maar weer bezwijken, de aanvechting en de bestrijding, het leed waaraan wij zo zwaar kunnen torsen? Zou Christus werkelijk weten van ons ieder persoonlijk en dat we zo zwak zijn? Dergelijke gedachten kunnen ons zo bezighouden, dat zij een schaduw leggen over ons gebed en ons geloofsleven. Ze maken ons vaak zo traag in het zoeken van Hem. Ze geven ons soms het sterke gevoel van eenzaamheid in onze persoonlijke noden en vragen. Wat een liefdedienst moest zijn, dreigt te worden tot een moeite, vol zwoegen zonder vreugde.

De geadresseerden van de brief aan de Hebreën leden onder diezelfde nood. Heidense invloeden dreigden van Christus een verheven, onbewogen grootheid te maken. Die over het kleine menselijke leven met al zijn noden heen ziet. Het gevolg was dat het geloof van de Hebreën verslapte. Zij meden de strijd van het geloof en het lijden om het geloof. Maar Paulus bemoedigt zijn lezers en wekt hen op vol te houden in geloof en gebed. Hij vertroost door sterke nadruk te leggen op het mens-zijn van Jezus Christus.
Nu Hij als de Heere zit aan de rechterhand van Zijn Vader is Hij nóg mens. Dat wil zeggen, dat Hij alles afweet van ons mens-zijn. Hij wéét dat het ons bestaan is zonde te zijn en zonde te doen. Hij weet, hoe weerloos we zijn tegenover de verzoekingen die op ons afkomen. Hij weet dat we geneigd zijn de moeiten om Hem te ontvluchten. Hij kent onze nood en onze zwakheden. Hij weet dat onze zwakheden ons terneer drukken. Hij heeft medelijden met onze zwakheden.
Dit betekent echter niet een soort menselijke toegeeflijkheid in de trant van: de mensen zijn nu eenmaal zo, we moeten de wil maar voor de daad nemen. Het betekent wel, dat Hij volkomen kan meevoelen met ons, omdat Hij Zelf de weg van het lijden onder de zwakheden van het menselijk vlees is gegaan. Christus heeft volledig deel gehad aan de menselijke natuur en haar zwakheden.

Als gezegd wordt dat Hij in alles verzocht is als wij, heeft dat niet alleen betrekking op die situaties, waarvan de evangeliën ons uitdrukkelijk zeggen dat Jezus verzocht werd. Het gaat om alle verzoekingen waaraan wij zijn blootgesteld doordat wij leven na de val. De mens Jezus was ‘vatbaar’ voor elke verzoeking. Ook deze last heeft Christus gedragen en er onnoemelijk onder geleden. Hij heeft niet alleen vóór de mensen geleden, maar ook mét de mensen. Gods kind mag weten dat Christus heel dicht bij hem staat. Hij strijdt mee, Hij lijdt mee.
 
Wat kan ons dat goed doen als we weten, dat iemand onze moeiten werkelijk begrijpt, omdat hij hetzelfde ervaren heeft. Het geeft troost te weten dat de verheerlijkte Zoon van God Zich zozeer kan inleven in de strijd tegen de zonde, in onze weerloosheid en machteloosheid, in onze angst en verlatenheid, bestrijding en verzoeking. Er is er altijd Eén die ervan weet. Aan Wie geen menselijke nood vreemd is.
Maar het medelijden van Christus is meer dan begrijpen en doorgemaakt hebben mens te zijn. In dit medelijden was en is Christus de Hogepriester van het nieuwe verbond. Hij lijdt hogepriesterlijk mee door verzoening en voorbede. We hebben meer nodig dan medelijden door ons in alles gelijk te zijn. Wij hebben in de zwakheden van ons zondige vlees een Verzoener en Voorspraak nodig.

In de verzoeking was Hij zonder zonde. Deze zondeloosheid van Christus betekent echter niet dat Hij buiten het volle leven van het mens-zijn stond. Juist hierdoor kon Hij volmaakt Hogepriester zijn.
De Zoon van God werd mens. Niets menselijks is Hem vreemd. De nood en de angst benauwden Hem, verzoeking en aanvechting belaagden Hem, maar het heeft Hem niet gebracht tot zondigen.
Zo is Hij de volmaakte, medelijdende Hogepriester, Die voor anderen de schuld van het menselijk vlees droeg en tegelijk de schuld verzoende. Op grond van Zijn volkomen offer kan de verheerlijkte Hogepriester bij de Vader de voorbede doen voor hen, die dagelijks met de zwakheid van hun mens-zijn te strijden hebben. Om hun te geven de kracht van het nieuwe leven, dat Hij door Zijn opstanding verworven heeft.
Naar dat nieuwe leven zonder zwakheden is Hij ons voorgegaan en straks zullen zij volgen, die onder Zijn biddende handen hebben moed gehouden en doorgestreden. Onze Hogepriester is niet te hoog en te ver om onze nood te verstaan en onze zwakheden te begrijpen. Hij voelt mee en bidt mee als we vast komen te zitten met onze schuld en zwakheid, als we de moed verliezen en de hoop opgeven. Hij lijdt mee. Hij verzoent. Hij bidt. Hij wil nieuwe kracht, nieuwe hoop, nieuwe moed geven.

ds. N. van der Want

 

 

Uit ons kerkblad van oktober / november 2017