Meditatie Kerkblad

 

 

 

Op deze pagina kunt u uit ons kerkblad de meest recente meditatie lezen.


Opgevaren in de hemel…

‘Welken de hemel moet ontvangen tot de tijden der wederoprichting aller dingen, …’ (Hand. 3 vers 21a)

In Johannes 3 vers 13 spreekt de Heere Jezus: ‘En niemand is opgevaren in de hemel, dan Die uit de hemel nedergekomen is, namelijk de Zoon des mensen, Die in den hemel is.’ De hemel was geen vreemde plaats voor Jezus. Hij sprak van de vele woningen in het huis van Zijn Vader. Tot Zijn discipelen zei Hij: ‘Ik ga heen om u plaats te bereiden, opdat gij ook zijn moogt, waar Ik ben.’
De heerlijkheid van de hemel, waarin Hij binnentrad, was Zijn eigen heerlijkheid. De heerlijkheid die Hij had met de Vader, voordat de wereld was. Van Zichzelf had Hij niet alleen een oorspronkelijk, maar ook het hoogste recht van toegang tot de hemelse woningen. Hij heeft tot nut van ons bezit genomen van het Koninkrijk en liet voor onze bemoediging deze belofte opschrijven: ‘Die overwint, Ik zal hem geven met Mij te zitten in Mijn troon, gelijk als Ik overwonnen heb, en ben gezeten met Mijn Vader in Zijn troon.’ (Openb. 3 : 21).

Het vertrek van God uit het paradijs en het vertrek van Christus van de aarde waren twee van de meest verheven gebeurtenissen die ooit zijn geschied en beladen met immense gevolgen voor onze levensloop. Toen God uitging uit het paradijs liet Hij een vloek achter die rustte op de mens en dreef de mens voor Zich uit over een vervloekte aarde. Maar toen Jezus van de Olijfberg opsteeg, hief Hij de vloek met Zich op en liet een zegen achter. De wereld bezaaiend met het zaad van eeuwige zegeningen. ‘Voor een doorn zal een denneboom opgaan, voor een distel zal een mirteboom opgaan; en het zal den HEERE wezen tot een naam, tot een eeuwig teken, dat niet uitgeroeid zal worden.’ Hij voer op om het paradijs te heropenen voor Zijn volk. En wanneer Hij de tweede keer zal komen, volgens de belofte met al Zijn heilige engelen, dan zullen we worden ‘…opgenomen in de wolken, den Heere tegemoet, in de lucht; en alzo zullen wij altijd met den Heere wezen.’ (1 Thess. 4 : 17)

De apostel spreekt van de noodzaak van dit gebeuren: ‘Welken de hemel moet ontvangen…’ Goddelijke noodzaak is een gouden keten, zich uitstrekkend van eeuwigheid tot eeuwigheid en alle gebeurtenissen in de tijd omvattend. Het bestaat uit vele schakels, die allen op elkaar steunen. Niet één van hen kan worden gebroken, zonder de sterkte van het geheel te vernietigen. De eerste schakel is in God, ‘eer de wereld was’ en de laatste is in de hemel, wanneer de wereld niet meer zal zijn. Christus is haar Alfa en Omega, en Christus vormt al haar tussenliggende schakels. Christus is het Begin, in de boezem van de Vader, de belofte van het eeuwig leven ontvangend, voor de grondlegging van de wereld. Christus is het Midden. Zijn bloed verzoent onze zonden, Hij schenkt vergeving en heiligt al diegenen, die geloven. Christus is het Einde. Hij pleit in de hemel op de verdienste van Zijn lijden en komt tussenbeide voor de overtreders.

De tekst van onze overdenking spreekt van de periode, wanneer de grote plannen van de Hemelvaart van onze Heere volledig vervuld zullen zijn: ‘…tot de tijden der wederoprichting aller dingen.’ De hier genoemde periode is ‘de bedeling van de volheid der tijden’ wanneer de volheid der heidenen zal ingegaan zijn en de verstrooiden uit Juda op hun plaats zullen worden teruggebracht. De tijd wanneer Christus in Zichzelf alle dingen in hemel en op aarde zal bijeenvergaderen. De tijd dat Hij Zijn vijanden ten val zal brengen, Zijn eeuwigdurend Koninkrijk zal oprichten en het zuchtend schepsel zal verlossen van haar dienstbaarheid.

Wij kijken uit naar die gezegende dag, wanneer dit Evangelie des Koninkrijks in het algemeen overheersend zal zijn. En allen zullen den Heere kennen, van den kleine onder hen tot de grote onder hen. Wanneer er zal zijn een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, in dewelke gerechtigheid woont. Wanneer ziekte, hongersnood en het zwaard zullen ophouden met vernielen. Wanneer ‘de heiligen der hoge plaatsen het Rijk zullen bezitten’ (Daniël 7 : 18), in ‘gerustheid en zekerheid tot in eeuwigheid’. Daarna zal het einde zijn, wanneer Immanuël ‘op dezen berg het bewindsel des aangezichts zal verslinden, waarmede alle volken bewonden zijn, en het deksel, waarmede alle natiën bedekt zijn, en Hij zal den dood verslinden tot overwinning!’

Maar wat zal het u baten, van dit roemrijk herstel te horen, wanneer u geen deelgenoot bent van haar weldaden bij aanvang en wanneer u niet welgelukzalig geïnteresseerd bent in haar voleinding? Is het reeds begonnen in uw eigen hart? Bent u wedergebracht tot God in Christus? Indien niet, ‘bekeert u, en gelooft het Evangelie!’ ‘De goddeloze verlate zijn weg, en de ongerechtige man zijn gedachten; en hij bekere zich tot den HEERE, zo zal Hij Zich Zijner ontfermen, en tot onzen God, want Hij vergeeft menigvuldiglijk.’ Amen.

Christmas Evans
Engels predikant (1766-1838)

 

 

Uit ons Kerkblad mei / juni 2019