Meditatie Kerkblad

 

 

 

Op deze pagina kunt u uit ons kerkblad de meest recente meditatie lezen.


Pinksteren, de dag der zaligheid

‘En het zal zijn dat een ieder die de Naam des Heeren zal aanroepen, zalig zal worden.’ (Handelingen 2 : 21)

Met Pinksteren is de eindtijd begonnen. Het laatste der dagen, waarin, naar de profetie van Joël, wonderen zullen zijn in de hemel en tekenen op de aarde. Bloed en vuur en rookdamp. Een zee van vernieling en ellende zal over deze wereld golven, voordat de grote dag des Heeren komt. De dag van het gericht. En daarom zegt Petrus, die op de Pinksterdag deze woorden van Joël overneemt, is het zaak dat u voor die dag een goed heenkomen zoekt. In het laatste der dagen zullen grote wonderen gebeuren.
Maar dit is het allergrootste wonder: ‘…ieder die de Naam des Heeren zal aanroepen zal zalig worden.’ Zalig worden. Van nature zijn we niet zalig. We zijn van nature rampzalig. Vol van ellende, vol van ongeluk. Behalve de satan, heeft iemand gezegd, is er geen rampzaliger schepsel dan de mens. En tot zulke rampzalige mensen komt de Heere met Zijn belofte van zaligheid. Daar hebben we eigenlijk helemaal geen belang bij. Wat we wel zouden willen? In de hemel komen als we sterven. Dat is voor sommige mensen de hele zaligheid. Maar om straks de zaligheid te beërven, moeten we nu de zaligheid leren kennen. Om in de hemel te komen, moeten we hier de hemel in ons hart hebben. Dat is de zaligheid. Niet dat we weten wedergeboren te zijn. Niet dat we weten kind van God te zijn. Dat heeft allemaal met de zaligheid te maken. Maar de zaligheid dat is dat God groot en goed is. Dat we grote en goede gedachten hebben van Hem en alleen maar slechte gedachten van onszelf. Of ik in de hemel kom of niet, maar de Heere is goed en vriendelijk en weldadig. Of ik zalig word of niet, maar de Heere is een God van volkomen zaligheid.
Hoe krijg ik deel aan die zaligheid? Door de Naam des Heeren aan te roepen. Dat deden de aartsvaders al, ze bouwden altaren en riepen daarbij de Naam des Heeren aan. Hoe kwamen ze daarbij? Zomaar uit zichzelf? Nee, omdat de Heere eerst Zijn Naam aan hen had bekend gemaakt. Ik kan iemand niet bij zijn naam roepen, als hij zich niet aan me bekend gemaakt heeft, als hij zich niet aan me heeft voorgesteld. Nu, dat heeft de Heere ook gedaan. Hij heeft ons Zijn Naam geopenbaard. Lang voordat iemand van ons er ook maar aan dacht, de Naam des Heeren aan te roepen, was de Heere al bezig ons te roepen. Toen Adam al bevende voor Hem vluchtte, met de bedoeling nooit meer terug te komen, toen riep de Heere al: ‘Adam, waar zijt gij?’ En de eeuwen door heeft de Heere geroepen: Bekeert u tot Mij. En elke keer als u het Woord der zaligheid opslaat, en elke keer als u in Gods huis komt, zegt de Heere: ‘Hoort, en uw ziel zal leven.’
Hebt u dat Goddelijk roepen al eens gehoord? Zo ja, dan komt er een antwoord op. Als de Heere dan zegt: ‘Ik moet heden in uw huis blijven’, dan zegt u: Heere, komt U binnen, komt U in mijn huis wonen. Als de Heere dan zegt: ‘Geef Mij uw hart’, dan zegt u: Heere, neemt U mijn hart. Als de Heere dan zegt: ‘Bidt en u zal gegeven worden’, dan zegt u: Heere, leert U mij bidden. Er is geen woord van God te bedenken of wij mogen er antwoord op geven. Geen belofte of wij mogen er gebruik van maken.
Kan ik dat dan? Ik ben doof, ik kan de Heere niet horen roepen. En ik ben stom, ik kan niet terugroepen. Begint u daar nu niet mee. Dat we doof en stom zijn, dat weet de Heere ook. Maar Zijn Woord is toch een levendmakend Woord? Het roept toch dode zondaren tot het leven? Het opent toch harten en ogen en oren? Het doet toch de mond van de stomme spreken? Mag het dan? Mag ik dan zomaar terugroepen? Jawel, de Heilige Geest is uitgestort op alle vlees. De Heere heeft Zijn Naam niet alleen aan Israël, maar ook aan de heidenen bekendgemaakt. Niemand wordt uitgesloten. leder die het Woord hoort, mag tot de Heere gaan. Ieder die de Heere hoort roepen, mag terugroepen. Een ieder! Wat een boodschap!

De duivel doet het anders. Die zegt, als je nog jong bent: Je moet nog niet aan die dingen denken. Je moet eerst nog een poosje van het leven genieten. Straks kun je altijd nog zien. En als u oud geworden bent, dan zegt hij: Nu is het te laat. Dan had u ook maar eerder moeten beginnen. U hebt nu te lang in de zonde geleefd.
En dwars door al die influisteringen van de satan heen komt de Heere met Zijn Pinksterboodschap: ‘Ieder die Mijn Naam aanroept zal zalig worden.’ Kan ik daar zeker van zijn? Ja, de Heere zegt: ‘Het zal zijn.’ Dat is het Woord van Hem Die niet liegen kan. Op Wiens beloften wij staat kunnen maken. De God Die gezegd heeft: ‘Ik zal zijn Die Ik zijn zal.’ Gelooft u het dat Hij machtig en gewillig is om zondaren zalig te maken? Heeft Hij ooit tegen iemand gezegd: ‘Zoek Mij tevergeefs’? Als u Hem vindt, dan zegt u: Heere, zo’n grote zaligheid, en dat voor mij? Ja maar, u hebt er toch naar geleefd, u hebt er toch ernstig naar gezocht? Welnee. Ik heb de Heere zó lang laten roepen, zó lang laten wachten. Het is een eeuwig wonder dat Hij nog naar me heeft omgezien. Wat een zaligheid! Nee, wat een God! Die God is ons een God van volkomen zaligheid. Nu kan het voor de grootste der zondaren. ‘Laat volk bij volk te saam barmhartigheid verwachten, nu Hij de zaligheid voor die Hem vreest bereidt, door al de nageslachten.’
En straks, als de tijd van het gericht en de tijd van de genade voltooid zijn, dan zal dit lied gezongen worden: ‘Nu is de zaligheid en de kracht en het Koninkrijk geworden van onze God en van Zijn Christus.’

Ds. W. van Gorsel (1931-2011)

 

 

Het Heilig Avondmaal           
                       
Christus heeft het Avondmaal ingezet en de Heere Jezus heeft gezegd: ‘Doet dat totdat Ik kom.’ De vraag is: Wat betekent het voor ons als gemeente om het Heilig Avondmaal te vieren? Wat betekent het voor u persoonlijk? Wat een blindheid en een onkunde is er vaak ook ten aanzien van het Avondmaal. En wat een zorgeloosheid. En wat een wereldsgezindheid. En wat een verontschuldigingen! Onze vaderen waren soms gewoon als ze op huisbezoek kwamen met de deur in huis te vallen, door te zeggen: ‘Vriend, hoe is het met de viering van het Avondmaal?’ ‘Ja,’ zei men soms, ‘daar komen wij niet.’ Daarna begonnen ze van een andere kant, want daar, onder de prediking, komen ze wel: ‘Wat is de vrucht van het zien van de viering van het Avondmaal, van het horen van de prediking?’
Er wordt wel gezegd: ‘Er zijn mensen die Boven aanzitten aan het Avondmaal, maar die beneden nooit geweest zijn.’ Dat weet ik ook. Toch is dat niet de ordelijke weg, maar God is vrij. We moeten daar echter geen redenen aan ontlenen om bij onszelf te denken: Ik kan toch wel Boven aanzitten al ben ik beneden niet geweest. Wat God doet moeten we aan Hem overlaten. Het gaat erom wat Hij ons zegt. Er zijn wat verbondsbrekers in de gemeente! Ook mensen die belijdenis gedaan hebben. Korter geleden, langer geleden. Soms ben je ontsteld over het gebrek aan vrucht als je ziet hoe wereldgelijkvormig ze leven. Niet alleen in allerlei kleinigheden, maar in dingen waarvan je zegt: Hoe bestaat het, hoe is het mogelijk? We oordelen niet, maar we vrezen soms.
 
We hebben de weg naar de belijdenis en naar de sacramenten te gaan in de weg van bekering en van geloof. De Bijbel leert ons dat er vijf wijze en vijf dwaze maagden waren. De Bijbel leert ons dat Judas en Demas hoogstwaarschijnlijk ook Avondmaal hebben gevierd en desalniettemin verloren zijn gegaan. Dat houdt een waarschuwing in. Het gaat er niet om het eerder besprokene terug te nemen. Het gaat wel om de waarschuwing en de vermaning tot het rechte zelfonderzoek en de rechte zelfbeproeving. Het is heel en heel hard nodig dat wij het lichaam des Heeren onderscheiden. Onderscheiden!
Daarom hebben wij ook de volwassen leeftijd nodig om aan het Avondmaal te komen. Gelukkig zijn er die dit alles verstaan mogen, door het onderwijs van Gods Geest. Er zijn er die lering en onderwijzing uit het Woord hebben ontvangen, ook rondom de sacramenten. Die er daardoor zo op gezet zijn.
Bent u ook persoonlijk tot Christus gekomen? Daar gaat het om: persoonlijk tot deze Zaligmaker komen. Maakte die gang van zaken u verslagen, ootmoedig en nederig? De rechte kennis doet de Schriften onderzoeken. We willen ervan doordrenkt en ermee gezalfd worden.
 
Wat is de vrucht van Avondmaalsviering van de gemeente zelf? Ja, dat is niet een graadmeter zoals die waarmee de mensen de luchtvervuiling afmeten. Dat kun je niet zomaar op een briefje schrijven. Als iemand je zo maar pardoes de vraag stelt: Wat is de vrucht van de Avondmaalsviering in de gemeente? Dan kun je daar niet een-twee-drie op antwoorden. Je zou ook kunnen vragen: Wat zou de vrucht zijn als het Avondmaal eens uit de gemeente was weggehaald? Maar dat ontheft ons niet van de ontroerende ernst om onszelf als gemeente ook af te vragen: Wat is de vrucht van de avondmaalsviering? Zoals het Avondmaal ook onder ons wordt gevierd.
Het Heilig Avondmaal bevat een bevel en een belofte. We zagen het. Hongerigen gaan met de buit naar huis, rijken stuurt Hij leeg terug. Hij zegt: ‘Doet dat tot Mijn gedachtenis.’ Het is zo groot als wij een sacramentele zegen ontvangen. Wat is dat? Dat is een zegen die wij bijzonder ontvangen onder het sacrament. Want de tekenen zijn geen lege hulzen, maar ze zijn door God Zelf gevuld. De werking daarvan ligt niet altijd in het gevoel, hoewel dat ook soms een ontroerend woord kan meespreken. Het gaat om de verborgen levenssterking, de verborgen levensgemeenschap, de verborgen voortgang van Gods werk in ons door Zijn Heilige Geest. Daardoor worden we middels de tekenen tot God zelf opgeleid. De vruchten der bekering die we zelf nauwelijks kunnen zien vanwege de tranen in onze ogen over onze schuld, maar die er nochtans zijn van God uit: liefde, ootmoed, nederigheid, zelfverloochening, kruisdragen. Voor al die vruchten zijn we even ongeschikt, maar God leert ze ons nochtans beoefenen. Opdat wij in dit alles gemeenschap met Hem en met elkaar zouden hebben en samen des Heeren Avondmaal zouden eten en drinken in de eenvoud des harten.


Ds. G. Boer (1913-1973)

 

 

Uit ons Kerkblad van juni - juli 2022