Meditatie Kerkblad

 

 

 

Op deze pagina kunt u uit ons kerkblad de meest recente meditatie lezen.


Mijn Liefste! (1)

‘Ik ben mijns Liefsten en mijn Liefste is mijne.’ (Hooglied 6 : 3)

Wanneer men van een geliefde zegt ‘Hij is de mijne’, dan wil dat zeggen: Ik kan op hem steunen, ik kan op hem rekenen. Zo zegt men dit ook van Jezus. Als Hij onze Geliefde is, dan is Hij het ook helemaal en altijd. Wie vast op Hem steunt, kan op Hem rekenen.
Iedereen en alles kan ons misleiden en teleurstellen, maar Jezus stelt niet teleur. Ook al verlaat iedereen ons, Jezus niet. Hij is bij u in uw nood: ‘Ik zal u niet begeven en Ik zal u niet verlaten.’ (Hebr. 13 : 5).
Als wij zelf ontrouw zijn, Hij is het niet: ‘Indien wij ontrouw zijn, Hij blijft getrouw, Hij kan zichzelf niet verloochenen.’ (2 Tim. 2 : 13). Hij is de mijne. Hij behoort mij toe, alsof Hij alleen voor mij bestond en alleen voor mij hoefde te zorgen. Denk ik aan Jezus, zo weet ik dat Hij ook aan mij denkt. Ik ben er zeker van, dat ik een voorwerp van Zijn hoogste opmerkzaamheid en Zijn tederste liefde ben en dat mijn heil, mijn welzijn en mijn zaligheid Hem op de innigste manier ter harte gaan.
Maar dit is bij lange na niet de volledige inhoud van de woorden ‘Mijn Liefste is mijne’. Jezus Christus, de Heere, is de mijne. De hele Jezus met alles wat Hij is en zijn zal; met alles wat Hij gedaan heeft, doet en doen zal; met heel Zijn verlossingswerk; met heel Zijn - voor mij verworven - gerechtigheid; met al Zijn liefde, wijsheid, kracht en heerlijkheid.

Jezus is de mijne als kindje in de kribbe. Om mij heeft Hij vlees en bloed aangenomen. Om mij is Hij in armoede op aarde gekomen om Zich over mijn armoede te ontfermen en om mij in de hemel rijk en aan Zijn engelen gelijk te maken. Zijn gehoorzaamheid is de mijne. Als ik in de Heilige Schrift lees, dat Hij in geen ding gezondigd, maar een volkomen gehoorzaamheid bewezen heeft, dan weet ik voor wie dat geschied is: namelijk voor Zijn schapen, waarvan Hij de Herder is. Mijn ongerechtigheid heeft Hij met deze gehoorzaamheid bedekt.

Mijn Liefste is de mijne in Zijn lijden en sterven. Hij wilde de beker - waar Hij voor huiverde - drinken, wat mij ten goede kwam. Hij heeft met God geworsteld. Hij is de Godverlatenheid ingegaan. Hij gaf Zijn leven in de dood. Dit alles om mij met God te verzoenen, dit alles om mijn schuld uit te delgen! Om mij heeft Hij als een dode in het graf gelegen. Ik ben met Hem begraven in Zijn dood. Tot mijn rechtvaardigmaking is Hij opgestaan. Christus is door de Vader opgewekt uit de doden, opdat ik in een nieuw leven zou wandelen.

Mijn Liefste was de mijne, toen Hij opvoer naar de hemel. Hij ging heen om voor mij plaats te bereiden. Hij heeft alle macht in de hemel en op aarde ontvangen, om voor mij te zorgen en om mij tegen al mijn vijanden te beschermen. Om mij tot Zich te nemen, opdat ik zal zijn, waar Hij is! Hij is de mijne als voorspraak bij de Vader, als een eeuwige Hogepriester, om in het binnenste heiligdom voor Gods aangezicht voor ons, voor mij, te verschijnen.

Mijn Liefste is de mijne, ook op die grote dag, als Hij wederkomt om te oordelen de levenden en de doden. Hij komt als mijn Liefste om mij, om de Zijnen, met Zichzelf te openbaren in heerlijkheid. In één woord: mij is Gods Zoon gegeven, door het geloof is Hij de mijne.
Wij zijn wel vanuit onszelf gezien zwakke en ellendige mensen, maar nauwkeurig bezien, zijn wij toch niet zo zwak, als wij door het geloof dit woord begrijpen: ‘Jezus is de mijne.’ Zijn macht is de mijne, met Zijn macht kunnen wij daden doen, ja over muren springen, bergen in zee verzetten en zonde, dood, duivel en hel overwinnen. ‘In dit alles zijn wij meer dan overwinnaars, door Hem, Die ons liefgehad heeft.’

Als wij alleen maar geloven konden, zijn alle dingen mogelijk. En zoals Zijn macht is, zo is ook Zijn wijsheid, goedheid, waarheid en trouw. Hij gebruikt ze om ons in onze radeloosheid bij te staan. Om ons langs de beste weg te leiden. Om ons door deze boze wereld heen te dragen. Om ons naar lichaam en ziel te verzorgen. Om ons geloof in stand te houden en het begonnen werk in ons te voleinden, tot op de dag van Jezus Christus. ‘Zo God voor ons is, wie zal tegen ons zijn?’

Maar dit is nog niet alles wat er in de woorden ‘Mijn Liefste is mijne’ ligt. Ook al Zijn goede gaven, goederen en schatten zijn ons eigendom. Aan ons behoort Zijn Woord toe; alle vertroosting, alle vermaning en alle beloften die daarin gegeven zijn. Aan ons behoort de prediking van Zijn Evangelie toe. Hij heeft deze prediking met dit doel ingesteld, dat wij daardoor opgebouwd, versterkt en bekrachtigd zouden worden. Aan ons behoren de sacramenten toe. Hij heeft ze gegeven met het doel ons geloof te versterken en onze zwakheid te hulp te komen.

‘Mijn Liefste is mijne.’ Zoals Hij dan nu helemaal en met alles wat Hij heeft, mijn eigendom is, zo is Hij het ook met Zijn kruis en smaad. Hij heeft het de Zijnen verleend om Zijn kruis dagelijks op zich te nemen en smaadheid voor Hem te dragen. Maar ook om hierbij genoeg aan Hemzelf te hebben. En door Hem te bezitten, te midden van het kruisdagen, onuitsprekelijk zalig te zijn. Zo zeker wij hier met Hem lijden, zo zeker is het ook voor ons weggelegd, dat wij met Hem in Zijn heerlijkheid zullen worden opgenomen.
Dán zullen wij het met recht leren inzien, wat het inhoudt dat Hij de mijne is. Dán zullen wij Hem zien van aangezicht tot aangezicht. Dán zal het grote woord vervuld worden: ‘Ik in hen en zij in Mij.’ Dan zal Hij Zich als onze Geliefde volkomen openbaren en het woord vervullen dat Hij, toen Hij op aarde was, gebeden heeft: ‘Vader, Ik wil dat waar Ik ben, ook die bij Mij zijn, die Gij Mij gegeven hebt, opdat zij Mijn heerlijkheid mogen aanschouwen, die Gij Mij gegeven hebt.’ Dan zal het van aangezicht tot aangezicht gezien worden hoe waar het is, wat de apostel zegt: ‘Alles is het uwe, doch gij zijt van Christus en Christus is Gods.’


J.L. Müller, Duits predikant te Mettmann
(De oorspronkelijke preek is uit: Keur van leerredenen van de beroemdste kanselredenaren van het buitenland - 1859. Uitgegeven door: H. Höveker, Amsterdam. De preek is herschreven en uitgegeven door Stichting De Tabernakel.)

 

 

Uit ons Kerkblad van januari - februari 2021