Meditatie Kerkblad

 

 

 

Op deze pagina kunt u uit ons kerkblad de meest recente meditatie lezen.


De Ark der behoudenis

‘Door het geloof heeft Noach, door Goddelijke aanspraak vermaand zijnde van de dingen, die nog niet gezien werden, en bevreesd geworden zijnde, de ark toebereid tot behoudenis van zijn huisgezin.’ (Hebreeën 11 : 7)

De ark was een middel, door God voorbereid, tot behoud van Noach en zijn huisgezin. Weliswaar bouwde Noach zelf de ark, maar hij deed dat helemaal op Gods bevel en aanwijzing. Het zou nooit in Noachs hoofd of hart zijn opgekomen de ark te bouwen, als God hem het plan daarvoor niet had gegeven.
De ark was erg groot en ruim, zoals duidelijk blijkt uit het verslag, dat wij daarvan hebben in Genesis 6 : 14-19. En zij moest zo zijn, omdat zij de algemene ontvangplaats was; niet alleen voor Noach en zijn huisgezin, maar voor alle soorten beesten, vogels en levende schepselen, die op de aarde waren, en voor de nodige voorraad ten behoeve van hun onderhoud voor ongeveer een jaar.

Maar de nieuwtestamentische Ark is veel groter en ruimer dan de ark van Noach. Want Die is niemand anders dan de oneindige, onbegrensde God, in de Persoon van de eeuwige Zoon van God, Die alle dingen gemaakt heeft, en draagt door het woord van Zijn kracht. Net zoals er plaats en voorraad in de ark was voor alle levende schepselen van elke soort, die in de ark gingen, zo is er plaats in Christus voor allen, die willen komen; hetzij Jood of heiden, Barbaar of Scyth, dienstbare of vrije, man of vrouw. Het maakt niet uit. U bent welkom, in de nieuwtestamentische Ark in te gaan.
Allen die in de ark gingen werden behouden, maar allen die niet ingingen, kwamen om. Zo is het ook hier: ‘Die in Christus gelooft, zal zalig worden. Maar, die niet zal geloofd hebben, zal verdoemd worden.’ (Mark. 16 : 16)
De ark van Noach was voor het verstand van de wereld grote dwaasheid. Ongetwijfeld hebben zij hem bespot en voor een grote dwaas uitgemaakt, toen hij de ark bouwde tot het behoud van zijn huisgezin. Zo is Christus en de weg van de zaligheid door Zijn dood, ‘…de Joden een ergernis, en de Grieken een dwaasheid.’ (1 Kor. 1 : 23)
Vandaar kwam het, dat slechts weinigen, dat is acht zielen, in de ark gingen en behouden werden. Zo is het ook hier. Christus wordt door de mensen veracht en verworpen en slechts weinigen komen tot Hem, ‘Want de poort is eng, en de weg is nauw, die tot het leven leidt, en weinigen zijn er, die dezelve vinden.’ (Matth. 7 : 14)
Hoewel er maar weinigen in de ark behouden werden, toch was het een grote blijk van Gods liefde en welwillendheid tot de mensen. Enigen van hen werden gespaard, terwijl zij allen de dood hadden verdiend. Zo is het ook hier, hoewel er maar weinigen zalig worden, nochtans is het een wonderlijk bewijs van Gods liefde en welwillendheid tot het menselijk geslacht, dat Hij voor een Zaligmaker heeft gezorgd. En dat een overblijfsel uit de mensen door Christus wordt behouden: ‘Alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk, die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe.’

Nadat de ark ongeveer zeven maanden op het water gedobberd had, rustte zij eindelijk op de bergen van Ararat (Gen. 8 : 4). Zij die in de ark behouden werden, namelijk Noach en zijn gezin, werden erfgenamen van een nieuwe wereld. Zo worden ook allen, die door het geloof in Christus worden behouden, erfgenamen van God en de heerlijkheid en ‘…wedergeboren tot een levende hoop; tot een onverderfelijke, en onbevlekkelijke, en onverwelkelijke erfenis, die in de hemelen bewaard is voor u.’ (1 Petr. 1 : 3, 4)

Noach en zijn huisgezin kregen, nadat zij door de ark behouden waren, een belofte, dat er geen vloed meer zijn zou om de aarde te verderven. En tot een teken daarvan werd de boog in de wolken gegeven. Zo zijn ook allen, die tot Christus vluchten, door Gods verbond en belofte beveiligd tegen de toorn en de vloek van God: ‘Want bergen zullen wijken, en heuvelen wankelen, maar Mijn goedertierenheid zal van u niet wijken, en het verbond Mijns vredes zal niet wankelen, zegt de HEERE, uw Ontfermer. Gij verdrukte, door onweder voortgedrevene, ongetrooste! zie, Ik zal uw stenen gans sierlijk leggen, en Ik zal u op saffieren grondvesten.’ (Jes. 54 : 10, 11) Wij lezen in Openbaringen 4 : 3 van een regenboog rondom de troon van Christus, met zinspeling op het verbond met Noach met betrekking tot de vloed.

 Ebenezer Erskine (1680 - 1754)

 

 

Uit ons Kerkblad november - december 2019