Meditatie Kerkblad

 

 

 

Op deze pagina kunt u uit ons kerkblad de meest recente meditatie lezen.


Christus leed en stierf…

En worden om niet gerechtvaardigd, uit Zijn genade, door de verlossing, die in Christus Jezus is.’ (Rom. 3 : 24)

Wanneer wij een schuld kwijtschelden of vergeving schenken voor een belediging of verwonding, hoeven we daar niets voor terug te hebben. Dat zou het tegenovergestelde van vergeving zijn. Als we schadeloos worden gesteld voor wat we zijn kwijtgeraakt, is er geen vergeving meer nodig. We hebben gekregen wat ons toekwam.
Bij vergeving wordt ervan uitgegaan dat je genade voor recht laat gelden. Daarvan is sprake als jij mij verwondt en ik jou niet voor de rechter sleep. Als ik het je vergeef. Genade is: geven wat iemand niet verdient. Daarom is het werkwoord ‘geven’ terug te vinden in het woord vergeving. Dat is dus heel iets anders dan wraak ‘nemen’, Door te vergeven geef je het recht op om dat te doen.

Dat doet God: Hij wreekt Zich niet op ons wanneer we ons vertrouwen stellen op Christus. ‘…dat een iegelijk, die in Hem gelooft, vergeving der zonden zal ontvangen door Zijn Naam.’ (Hand. 10 : 43). Als wij in Christus geloven, rekent God ons onze zonden niet meer aan. Daarvan getuigt God Zelf in de Bijbel: ‘Ik, Ik ben het, Die uw overtredingen uitdelg, om Mijnentwil en Ik gedenk uwer zonden niet.’ (Jes. 43 : 25).
Maar dit roept een probleem op. We weten allemaal dat vergeving van zonden niet voldoende is. Dat hebben we helder voor ogen wanneer het gaat om een ernstig misdrijf, moord of verkrachting bijvoorbeeld. De maatschappij zou ontwricht raken wanneer rechters eenvoudigweg tegen een moordenaar of verkrachter zouden zeggen: U hebt er spijt van? Goed, u kunt gaan. Het is u vergeven. Ook al zou het slachtoffer vergevingsgezind zijn, de staat kan er in dergelijke gevallen niet van afzien recht te laten geschieden.

Ook God kan daar niet van afzien. Zondigen is altijd een ernstig vergrijp omdat we zondigen tegen God. Aan Zijn heerlijkheid wordt afbreuk gedaan wanneer we Hem negeren, Hem ongehoorzaam zijn of Hem lasteren. Omdat God rechtvaardig is, kan Hij ons net zomin eenvoudigweg in vrijheid stellen als menselijke rechters misdadigers alle schuld die ze hebben ten opzichte van de maatschappij kunnen kwijtschelden. De aantasting van Gods heerlijkheid door onze zonde moet verholpen worden, zodat Zijn heerlijkheid des te meer glans krijgt wanneer er recht wordt gedaan. Als het ons, misdadigers, vergund wordt vrijuit te gaan en vergiffenis te ontvangen, moet op een aangrijpende manier worden aangetoond dat de eer van God hoog is gehouden, ook al worden voormalige Godslasteraars in vrijheid gesteld.
Dat is de reden dat Christus moest lijden en sterven. In Welken wij hebben de verlossing door Zijn bloed, namelijk de vergeving der misdaden, naar den rijkdom Zijner genade.’ (Éfeze 1 :  7). Vergeving van zonden kost ons niets. Onze moeizame gehoorzaamheid is volkomen de vrucht, niet de wortel van de vergeving. Dat is de reden dat wij vergeving genade noemen. Maar het kostte Jezus Zijn leven. Wat een kostelijk nieuws, dat God ons onze zonden niet aanrekent! En wat heerlijk dat het door de bloedstorting van Christus toch rechtvaardig is dat God dit doet.

Gerechtvaardigd worden in de ogen van God is niet hetzelfde als vergiffenis ontvangen van God. Net zo min als vergeving ontvangen hetzelfde is als gerechtvaardigd worden in de rechtszaal. Als mij iets wordt vergeven, impliceert dat dat ik schuldig ben, maar dat mijn misdaad mij niet wordt toegerekend. Gerechtvaardigd worden betekent in de rechtszaal vrijgesproken worden: ik ben voor de rechter verschenen en onschuldig bevonden. Ik heb terecht beweerd dat ik onschuldig ben. Ik ben van blaam gezuiverd. De uitspraak van de rechter is: Onschuldig. Iemand vrijspreken is op basis van de wet verklaren dat hem of haar geen blaam treft. Het is niet zo dat die persoon door die gerechtelijke uitspraak onschuldig wordt. De uitspraak is gebaseerd op het feit dat iemand werkelijk onschuldig is. Laten we ter verduidelijking kijken naar de Bijbelverzen waarin staat dat men, in reactie op Jezus’ onderwijzingen, Godrechtvaardigde (Luk. 7 : 29). Dit betekent niet dat zij God rechtvaardig maakten (dat was Hij al). Het betekent dat zij de uitspraak deden dat God rechtvaardig was.
Rechtvaardigmaking is niet dat we morele veranderingen ondergaan wanneer we ons vertrouwen stellen in Christus. Dat noemt de Bijbel gewoonlijk heiligmaking - het geleidelijk aan gelijkvormig worden aan Jezus. De rechtvaardigmaking is niet iets geleidelijks, maar gebeurt van het ene op het ander moment. Het is een oordeel: Rechtvaardig! Rechtschapen!
In de rechtszaal word je vrijgesproken als je je aan de wet hebt gehouden. In dat geval verklaart de rechter eenvoudigweg dat is gebleken dat je je aan de wet hebt gehouden. Je wordt vrijgesproken. Maar wanneer we voor Gods rechterstoel verschijnen, zal blijken dat we ons niet aan de wet hebben gehouden. Op vrijspraak hoeven we dus menselijkerwijs gesproken niet te rekenen. In de Bijbel staat zelfs: ‘Wie den goddeloze rechtvaardigt [ ... is] den HEERE een gruwel.’ (Spr. 17 : 15). Maar er staat verbazingwekkend genoeg omwille van Christus ook geschreven dat God de goddeloze rechtvaardigt die vertrouwt op Zijn genade (Rom. 4 : 5). Het lijkt iets om van te gruwen en toch doet God het.

Hoe kan God rechtvaardig zijn en rechtvaardigen degenen, die uit het geloof in Jezus zijn, zoals het in Romeinen 3 : 26 staat? Daar zijn twee redenen voor aan te voeren. De eerste is dat Christus Zijn bloed vergoot om de schuld van ons, zondaren, uit te delgen. ‘…zijnde nu gerechtvaardigd door Zijn bloed…’, staat in Romeinen 5 : 9. Maar dat betreft slechts het wegnemen van de schuld. Daarmee zijn we nog niet rechtvaardig verklaard. Een streep halen door onze fouten en gebreken is niet hetzelfde als verklaren dat wij ons aan de wet hebben gehouden. Wanneer een docent een tentamen waarvoor een onvoldoende werd gehaald, niet laat meetellen, is dat niet hetzelfde als van een onvoldoende een voldoende maken. De bank zou me de schuld kunnen kwijtschelden wanneer ik rood sta, maar me rijk verklaren is een heel ander verhaal. Zo is het ook met onze zonden. Die wegnemen betekent niet dat we dan tevens rechtvaardig worden verklaard. De zonden moeten worden weggenomen. Dat is essentieel voor de rechtvaardigmaking. Maar er is nog een reden waarom God er niet van gruwt de goddeloze te rechtvaardigen door het geloof.

Rechtvaardigmaking is niet alleen het wegnemen van mijn onrechtvaardigheid. Het is ook aan mij de rechtvaardigheid van Christus toeschrijven. Ik beschik niet over een rechtvaardigheid die me aanbeveelt bij God. Waar ik me tegenover God op beroep, is dat ik ‘…niet heb mijn rechtvaardigheid, die uit de wet is, maar die door het geloof van Christus is.’ (Filipp. 3 : 9).
Christus’ rechtvaardigheid wordt aan mij toegeschreven. Dat betekent dat Christus alle rechtvaardigheid volmaakt heeft vervuld en dat vervolgens die rechtvaardigheid mij wordt toegerekend, wanneer ik in Hem geloof. Ik word dan bij de rechtvaardigen gerekend. God zag Christus’ volmaakte rechtvaardigheid en Hij verklaarde mij toen rechtvaardig op grond van de rechtvaardigheid van Christus.

Er zijn dus twee redenen waarom het God geen gruwel is de goddelozen te rechtvaardigen (Rom. 4 : 5). Ten eerste is met de dood van Christus de schuld van onze onrechtvaardigheid betaald. Ten tweede voorzag de gehoorzaamheid van Christus in de rechtvaardigheid die wij nodig hebben om, staande voor Gods rechterstoel, vrijgesproken te worden. De eisen die God stelt om het eeuwige leven binnen te kunnen gaan, behelzen niet louter dat onze ongerechtigheden worden weggenomen, maar ook dat wordt vastgesteld dat we volmaakt rechtvaardig zijn.
Het lijden en sterven van Christus is voor beide de basis. Zijn lijden is het lijden dat wij vanwege onze ongerechtigheden verdienden. ‘Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden is Hij verbrijzeld.’ (Jes. 53 : 5). Zijn dood was het toppunt van  Zijn gehoorzaamheid. Daarnaar verwijst de Bijbel in Romeinen 5 :19: ‘…alzo zullen ook door de gehoorzaamheid van Enen velen tot rechtvaardigen gesteld worden.’

Geloofd en geprezen zij Christus voor wat Hij allemaal met Zijn lijden en sterven heeft bewerkt. Niet alleen worden onze zonden ons vergeven, ook wordt in onze rechtvaardigheid voorzien. Laten we Hem dan voor deze roemrijke daden aanbidden en eren en op Hem ons vertrouwen stellen.

John Piper
(Uit: Waarom moest Jezus sterven?, De Banier)

 

 

Uit ons Kerkblad van maart - april 2020