Meditatie Kerkblad

 

 

 

Op deze pagina kunt u uit ons kerkblad de meest recente meditatie lezen.


Een naamloze kwaaddoener (1)

En een van de kwaaddoeners, die gehangen waren, lasterde Hem, zeggende: Indien Gij de Christus zijt, verlos Uzelf en ons. Maar de andere antwoordende bestrafte hem, zeggende: Vreest gij ook God niet, daar gij in hetzelfde oordeel zijt? En wij toch rechtvaardiglijk, want wij ontvangen straf, waardig hetgeen wij gedaan hebben; maar Deze heeft niets onbehoorlijks gedaan. En hij zeide tot Jezus: Heere, gedenk mijner, als Gij in Uw Koninkrijk zult gekomen zijn. En Jezus zeide tot hem: Voorwaar zeg Ik u: Heden zult gij met Mij in het paradijs zijn. (Lukas 23 : 39-43)

In de allereerste plaats: het is de bedoeling dat u uit deze verzen zult leren dat Christus kracht heeft en gewillig is om zondaars te behouden. Dit is het belangrijkste dat we uit de geschiedenis van de boetvaardige kwaaddoener kunnen leren. Deze geschiedenis maakt u bekend wat allen die dit horen als muziek in de oren moet klinken: dat Jezus Christus machtig is om te verlossen. Ik vraag u of de zaak van wie dan ook er hopelozer en wanhopiger zou kunnen uitzien dan die van deze boetvaardige kwaaddoener.

Hij was een zondig mens - een boosdoener, een dief, misschien wel een moordenaar. Wij weten dat, want alleen zulke mensen werden gekruisigd. Hij onderging een rechtvaardige straf voor het schenden van de wetten. En omdat hij in de zonde had geleefd, scheen het voor hem vast te staan, dat hij ook in de zonde zou sterven - want vlak nadat hij gekruisigd werd, heeft hij onze Heere beschimpt.
Hij was een stervend mens. Hij hing daar, genageld aan een kruis waar hij nooit levend vanaf zou komen. Hij had niet langer de kracht om zijn handen of voeten te verroeren. Zijn uren waren geteld. Het graf was al klaar voor hem. Er was maar een schrede tussen hem en de dood. Als er ooit een ziel heeft gebalanceerd op de rand van de hel, dan is het wel de ziel van deze kwaaddoener geweest! Als er ooit een zaak is geweest die verloren scheen, mislukt en hopeloos, dan was het zijn zaak wel. Als er ooit een adamskind is geweest waarvan de duivel zich meester had gemaakt, dan was het wel deze man.

Maar kijk nu eens wat er is gebeurd. Hij schimpte en lasterde niet meer, zoals hij eerst had gedaan. Hij begon op een heel andere manier te spreken. Hij ging in het gebed tot onze gezegende Heere. Hij bad dat Jezus hem wilde gedenken als Hij in Zijn Koninkrijk zou komen. Hij vroeg of er voor zijn ziel gezorgd mocht worden, of zijn zonden hem vergeven mochten worden en of er in het hiernamaals aan hem gedacht mocht worden.
Dat was wel een heel wonderbaarlijke verandering! En let er dan eens op wat voor antwoord hij kreeg. Sommigen zouden misschien hebben gezegd dat hij te zondig was om behouden te worden. Maar zo was het niet. Sommigen zouden misschien hebben vermoed dat het te laat was, dat de deur op slot zat en er geen ruimte meer was voor barmhartigheid. Het bleek echter helemaal niet te laat te zijn. De Heere Jezus gaf hem meteen een rechtstreeks antwoord. Hij sprak hem vriendelijk toe, verzekerde hem dat hij diezelfde dag met Hem in het paradijs zou zijn. Hij schonk hem volkomen vergeving, reinigde hem geheel van zijn zonden, nam hem in genade aan, rechtvaardigde hem vrijelijk, haalde hem weg bij de poorten van de hel en gaf hem het recht op de heerlijkheid.

Van de hele menigte van gezaligde zielen heeft er nooit één zo’n heerlijke verzekering van zijn eigen verlossing gekregen als deze boetvaardige kwaaddoener. Ga de hele rij namen maar na, van Genesis tot Openbaring, en u zult niemand vinden tot wie woorden gesproken werden als deze: ‘Heden zult gij met Mij in het paradijs zijn.’
De Heere Jezus heeft nooit zo’n volkomen bewijs geleverd van Zijn macht en wil om te behouden als bij deze gelegenheid. Op de dag dat Hij het allerzwakst scheen, betoonde Hij Zich een krachtige Verlosser.
In het uur dat Hij door pijn werd gekweld, kon Hij gevoelens van toegenegenheid hebben voor anderen. Op de tijd dat Hijzelf stervende was, schonk Hij een zondaar eeuwig leven.
Heb ik dan niet het recht om te zeggen: Christus kan degenen die door Hem tot God gaan, volkomen zalig maken? Zie het bewijs ervan. Als er ooit een zondaar zo ver was gegaan, dar hij niet meer gezaligd kon worden, dan was het deze kwaaddoener wel. Toch werd hij als een vuurbrand uit het vuur gerukt. Heb ik niet het recht om te zeggen: Christus zal elke arme zondaar aannemen die met het gebed des geloofs tot Hem gaat, en dat Hij niemand zal uitwerpen? Zie het bewijs ervan. Als er ooit iemand is geweest die schijnbaar te slecht was om aangenomen te worden, dan was het deze man wel. Toch stond de deur der barmhartigheid zelfs voor hem wijd open.
Heb ik niet het recht om te zeggen: Door de genade kunt u behouden worden, door het geloof niet door de werken: vrees niet, geloof alleen? Zie het bewijs ervan. Deze kwaaddoener is nooit gedoopt, hij behoorde niet bij een zichtbare kerk, is nooit aan het Avondmaal geweest, heeft nooit iets voor Christus gedaan. Nooit heeft hij geld gegeven voor de zaak van Christus. Maar hij had geloof en daarom werd hij behouden.
Heb ik niet het recht om te zeggen: Het net begonnen geloof zal de ziel van een mens behouden, als het maar echt is? Zie het bewijs ervan. Het geloof van deze man was maar een dag oud, maar het leidde hem tot Christus en redde hem van de hel.
 
Waarom zou dan ook maar iemand wanhopen, met een tekst als deze in de Bijbel? Jezus is de Geneesheer Die hopeloze gevallen kan genezen. Hij kan dode zielen levend maken, kan de dingen roepen die niet zijn, alsof ze waren. Nooit moet iemand wanhopen! Jezus is nu nog Dezelfde Die Hij eeuwen geleden was. De sleutels van de dood en de hel zijn in Zijn hand. Als Hij opent, kan niemand sluiten.
En als uw zonden nu eens meer in getal zijn dan de haren van uw hoofd? Als nu uw slechte gewoonten eens met uw lichaam zijn meegegroeid en net zo zijn toegenomen als uw kracht? Als u nu eens tot op dit ogenblik, alle dagen van uw leven, het goede hebt gehaat en het kwade liefgehad? Zeker, dat zijn verdrietige dingen, maar er is hoop, zelfs voor u! Christus kan u genezen. Christus kan u reinigen. Christus kan u opheffen uit uw lage staat. De hemel zit voor u niet op slot. Christus kan u binnenlaten als u in ootmoed uw ziel in Zijn handen legt.

 

John Charles Ryle (1816 - 1900)
Uit: ‘De goede keus’

 

 

Uit ons Kerkblad van oktober - november 2020