Meditatie Kerkblad

 

 

 

Op deze pagina kunt u uit ons kerkblad de meest recente meditatie lezen.


Nabetrachting

‘Als gij dan gegeten hebt en verzadigd bent, loof dan de HEERE uw God, voor het goede land dat Hij gegeven heeft. Wees op uw hoede dat u de HEERE uw God, niet vergeet.’ (Deut. 8 : 10 en 11)

Als u aan het Heilig Avondmaal geweest bent, moet u zich niet gedragen alsof u een zwaar pak hebt afgelegd, waarmee u belast was, om vervolgens tevreden te zijn, omdat u hoopt zich geen oordeel gegeten en gedronken te hebben, om daarna terug te keren tot uw oude levenswijze. Let op, hoed u voor zulk gedrag. Wees zeer zorgvuldig om u na het Heilig Avondmaal op de juiste wijze te gedragen. Want als de satan in de voorbereiding en betrachting niets van u heeft kunnen afnemen, dan zal hij in de nabetrachting proberen een voorrecht van u af te nemen. Toen de Heere Jezus gedoopt was, werd Hij door de duivel verzocht. Toen de discipelen het Heilig Avondmaal met Christus hadden gehouden, werden ze nog in diezelfde nacht geërgerd en verstrooid, en Petrus werd gezift als de tarwe. Toen Paulus in de derde hemel was opgenomen, kreeg hij een engel des satans, die hem met vuisten sloeg. Zo gaat het ook nu nog vaak met gelovigen. Daarom moeten ze zich na vertroosting wapenen tegen de aanvallen van de vijanden, zodat die geen vat op hen krijgen.

Behalve dat men moet waken tegen de vijanden, moet men er ook voor zorgen dat men zich behoorlijk gedraagt tegenover God, de Weldoener. Op deze geestelijke maaltijd mogen wij wel toepassen wat de Heere eiste van Israël als ze in het rijke Kanaän gekomen zouden zijn: ‘Als gij dan gegeten hebt en verzadigd bent, loof dan de HEERE uw God, voor het goede land dat Hij gegeven heeft. Wees op uw hoede dat u de HEERE uw God, niet vergeet. (Deut. 8 : 10, 11)

Tot de nabetrachting behoort een stil overdenken hoe het met ons gegaan is tijdens het Heilig Avondmaal. En ook hoe wij ons hebben gedragen en wat God aan ons gedaan heeft: ‘Ook moet u heel de weg in gedachten houden waarop de HEERE uw God, u deze veertig jaar in de woestijn geleid heeft.’ (Deut. 8 : 2)
Overdenk hoe het met u gesteld was. Bent u werkzaam geweest in de voorbereiding? Heeft u er de tijd voor genomen, of stelde u het steeds weer uit, totdat de tijd u ontglipte en u met weinig ontroering en met een of twee korte gebeden volstond? Was er overdenking van de zonden? Een worstelend aannemen van Christus? Of was het duister, lusteloos en moedeloos? Hoe was u onder de bediening? Verdrietig of blij? Week of hard en ongevoelig, vermengd met smart? Duister of verlicht? Ontroerd of onbewogen? Geloof oefenend of vol met vrees? Overdenk hoe de Heere u ontmoet heeft. Bent u verdrietig aan- en verdrietig heengegaan, zonder iets van de Heere waar te nemen? Kreeg u vrede, stilte, hoop, verzekering, blijdschap? Volgde er stilheid zonder veel vertroosting? Of mocht u zichzelf toevertrouwen aan de Heere; leunde u lieflijk op uw Liefste? Heeft u de Heere ontmoet op bijzondere wijze, of met heldere, krachtige verzekering? Overdenk al deze dingen.

Ontken niet wat u ontvangen heeft, waardeer het minste hoog. Als de ziel zich in stille overdenking kan bezighouden met het Avondmaal, dan zal het Avondmaal nog een zoete nasmaak hebben. Men zal zijn fouten zien en de vrije genade van God, Zijn goedheid en weldadigheid erkennen, en het zal een vernieuwing van de vriendschap zijn. Het zal zijn alsof men opnieuw bruiloft viert met de Heere Jezus, om Jezus vervolgens op Zijn eigen maaltijd uit te nodigen, en te zeggen: ‘Laat mijn Liefste in Zijn tuin komen en eten van zijn beste vruchten!’ (Hoogl. 4 : 16) U zult dan in de nabetrachting die zegen ontvangen, die u in het gebruik van het Avondmaal heeft moeten missen.

Tot de nabetrachting behoort blijde dankbaarheid: ‘Loof de HEERE, mijn ziel, en vergeet niet een van Zijn weldaden.’ (Psalm 103 : 2)
Dankbaarheid bestaat in het kennen, opmerken en waarderen van een ontvangen goed. Dat houdt hier in: het hele werk van de verlossing door de Heere Jezus Christus en van alle goederen die beloofd zijn in het verbond der genade. En de ontmoetingen met de Heere in het Heilig Avondmaal: ‘Daarom, hoe kostbaar zijn mij Uw gedachten, o God, hoe machtig groot is hun getal. Zou ik ze tellen? Zij zijn talrijker dan korrels zand; ontwaak ik, dan ben ik nog bij U.’ (Psalm 139 : 17, 18)

Dankbaarheid bestaat in het laten zien van blijdschap voor Gods aangezicht over alles wat men ontvangen heeft, hetzij veel of minder: ‘Want U hebt mij verblijd, HEERE met Uw daden; ik zal vrolijk zingen over de werken van Uw handen.’ (Psalm 92 : 5) Een blijde gever eist een blijde ontvanger.

Dankbaarheid bestaat ook in genegenheid tot betalen: ‘Wat zal ik de HEERE vergelden voor al Zijn weldaden, die Hij mij bewees? Ik zal de beker van heil heffen en de Naam van de HEERE aanroepen.’ (Psalm 116 : 12-13) Hoewel men niet betalen kan, wordt er wel genegenheid daartoe geëist. Dankbaarheid bestaat in loven, roemen en prijzen van de goedheid van de Heere, van Zijn genade en weldadigheid, die tevoorschijn komen uit de ontvangen goederen.

Als men onder elkaar is, dan moet men dit alles niet voor zichzelf houden, maar elkaar vertellen hoe het met ons is gegaan tijdens de avondmaalsviering. Dit heeft vaak veel nut voor de hoorders en de sprekers. De een ziet er zijn eigen hart in, een ander wordt vertroost, een ander wordt opgewekt om te zoeken en men wordt het met elkaar eens om de Heere te danken met psalmen en gebeden: ‘Kom, luister, allen die God vrezen, en ik zal u vertellen wat Hij aan mijn ziel gedaan heeft.’ (Psalm 66 : 16)

Tot de nabetrachting behoort dat men voortdurend opziet tot en omgaat met de Heere: ‘Wandel voor Mijn aangezicht en wees oprecht!’ (Genesis 17 : 1)
Daarvoor is nodig dat men God beschouwt als een in Christus verzoend Vader. Al gaat het licht weg, al valt men in zonden, al komt er strijd, toch moet men vasthouden aan de onwankelbaarheid van het verbond. Het verbond is niet vast of los overeenkomstig uw gevoel, uw staan of vallen, maar vanwege de onveranderlijkheid van God: ‘Want al zouden bergen wijken en heuvels wankelen, Mijn goedertierenheid zal van u niet wijken en het verbond van Mijn vrede zal niet wankelen, zegt de HEERE, uw ontfermer.’ (Jesaja 54 : 10) Bezwijk daarom niet zo snel, houd wat u heeft en staat in het geloof. En als uw gevoel u in de steek laat, ga dan te rade bij uw verstand: ‘Zo dient u ook uzelf te rekenen als dood voor de zonde, maar levend voor God in Christus Jezus, onze Heere.’ (Romeinen 6 : 11)

Stel voortdurend de Heere voor u en leef in een voortdurende samenspraak: biddend, raadvragend, afhankelijk wachtend, eerbiedig aanbiddend, rustend in Hem, dankend en u tot Zijn dienst aanbiedend. Gewen u zo aan de Heere.

Wilhelmus à Brakel (1635 - 1711)
Uit: Aan Christus’ tafel, uitgeverij Brevier

 

 

Uit ons Kerkblad van juli - september 2021