Meditatie Kerkblad

 

 

 

Op deze pagina kunt u uit ons kerkblad de meest recente meditatie lezen.


Ook afgedwaalden zijn welkom

‘Al wat Mij de Vader geeft, zal tot Mij komen; en die tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwer-pen.’ (Johannes 6 : 37)

Er zijn twee soorten zondaren die tot Jezus Christus komen. In de eerste plaats zij die nooit eerder tot Hem gekomen waren, maar daar onlangs mee begonnen zijn. In de tweede plaats zij die vroeger tot Hem kwamen, daarna op hun schreden terugkeerden, maar sindsdien tot inkeer kwamen en nu opnieuw komen. Beide soorten zondaars worden in de tekst bedoeld, want beide zijn zij nu zon-daars die tot Christus komen.

Wat de eerste soort betreft: de weg van de zondaar die nooit eerder tot Hem gekomen is, maar daar pas onlangs mee begon, is gemakkelijker. Ik zeg niet dat de weg om tot Christus te komen voor hen duidelij-ker en meer toegankelijk is dan voor de anderen. Maar zij die voor het eerst tot Hem komen, hebben niet het blok van een beschuldigend geweten aan hun been hangen vanwege de zonde van de verachtering in de genade. Toch zijn al de bemoedigingen van het evangelie aan het adres van komende zondaars met al de nodigingen die het bevat, net zo vol van genade voor hen die voor het eerst als voor hen die opnieuw komen. Zij staan voor de laatsten net zo goed open als voor de eersten, zodat zij beiden met dezelfde vrijmoedigheid aanspraak mogen maken op de belofte. ‘Alle dingen zijn gereed’, alle dingen, zowel voor degenen die teruggevallen en afgedwaald zijn en nu tot Hem komen, als voor de anderen: ‘Komt tot de bruiloft’, ‘En die dorst heeft, kome.’

In deze meditatie zal het vooral gaan over hem die tot Jezus Christus komt om het leven te vinden, nadat hij van Hem is afgedwaald. De weg om tot Jezus Christus te komen, is ook voor u geopend. Ja, ik doel hiermee op u, die lange tijd van Hem bent afgedwaald, maar die er nu over denkt om weer tot Hem terug te keren. Voor u, zeg ik, staat de weg naar Hem open, net als voor de anderen die tot Hem komen, zoals uit het volgende blijkt.

De tekst maakt voor u geen uitzondering. Er staat niet dat u die eerder tot Jezus kwam maar weer af-dwaalde niet mag komen. De tekst breidt zijn gouden armen wijd en ruim uit tot ieder die tot Christus komt, zonder enige uitzondering. Daarom mag u komen. En pas ervoor op dat u deze deur die God door Zijn genade heeft geopend, door ongeloof niet voor uw ziel toesluit. Ook al zijn degenen die nu komen, vroeger afgedwaald, Ik zal hen geenszins uitwerpen. Ik zal degene die overspel bedrijft, de gierigaard, de spotter, de dronkaard of andere grote zondaars niet uitwerpen, maar ook hem niet die teruggevallen en af-gedwaald is.

Uit de volgende punten blijkt duidelijk dat het hier ook gaat over degene die opnieuw voor de zonde ge-kozen heeft. Hij ontvangt een boodschap die met name aan hem geadresseerd is: ‘Gaat heen, zegt het Zijn discipelen, en Petrus.’ Maar Petrus was een godvrezend man, zult u zeggen. Dat is waar, maar hij was ook iemand die hopeloos afgedwaald was. Hij had Zijn Meester eenmaal, tweemaal, driemaal verloochend, vloekend en zwerend dat hij Hem niet kende. Als dit geen terugval was, geen grote en uitzonderlijke te-rugval, ja, geen erger terugval dan waartoe u ooit in staat zult zijn, dan heb ik er niets van begrepen.

Om een ander voorbeeld te noemen: toen David in zonde gevallen was en daarbij overspel had bedreven en een moord had begaan, kreeg hij een boodschap die persoonlijk aan hem gericht was. De tekst zegt: ‘En de HEERE zond Nathan tot David.’ (2 Sam. 12 : 1) Hij zond hem om David tot een oprechte schuldbe-lijdenis van zijn daad te brengen en hem daarna te zeggen: ‘De HEERE heeft ook uw zonde weggeno-men, of vergeven.’ Ook deze man was ver afgedwaald. Hij nam de vrouw van een ander, doodde haar man

en probeerde dat alles te bedekken met goddeloze huichelarij. Dit deed hij, zo zeg ik, nadat God hem ver-hoogd en grote gunst bewezen had. Daarom noemde de profeet naast zijn eigenlijke overtreding ook nog vele verzwarende omstandigheden. Maar ondanks dat alles werd hij toch weer aangenomen - en dat nog wel met blijdschap - bij de eerste stap die hij nam om terug te keren tot Christus. Want de eerste stap die een afgedwaalde op de weg van de terugkeer zet, is dat hij van harte en oprecht zegt: ‘Ik heb gezondigd.’ En zodra hij dit gezegd had, werd de vergeving hem verkondigd, ja, in zijn hart uitgestort. ‘En Nathan zei tot David: De HEERE heeft ook uw zonden weggenomen.’

Precies zoals hij die afgedwaald is met name genoemd wordt, zo wordt ook zijn zonde met name ge-noemd, opdat zo - indien dat mogelijk is - uw bezwaren tegen het terugkeren tot Christus uit de weg wor-den geruimd. Ik herhaal dat uw zonde met name genoemd wordt en tegelijk wordt die beschuldiging ver-mengd met woorden van genade en gunst. ‘Ik zal hun afkerigheid genezen en hen vrijwillig liefhebben.’ Wat hebt u daar nu op te zeggen, u die bent afgedwaald en opnieuw voor de zonde koos?

Ja, meer nog, u wordt niet alleen met name genoemd en uw zonde naar haar aard getekend, maar wanneer u terugkeert nadat u afgedwaald bent, wordt u ook gerekend onder het Israël Gods. ‘Bekeer u, gij afgekeerde Israël, spreekt de HEERE, zo zal Ik Mijn toorn op u niet doen vallen. Want Ik ben goedertieren, spreekt de HEERE, Ik zal de toorn niet in eeuwigheid behouden.’ (Jer. 3 : 12) U wordt ook gerekend onder Gods kinderen, en wel onder de kinderen die Hij getrouwd heeft. ‘Bekeert u, gij afkerige kinderen, want Ik heb u getrouwd.’ (vers 14)

Ja, na dit alles voegt Hij er nog aan toe, omdat Zijn hart zo vol van genade voor hen was, dat Hij zich echt gedrongen voelde om dit aan hen voor te houden: ‘Keert weder, gij afkerige kinderen, en Ik zal uw afke-ringen genezen.’

Ten slotte heeft de Heere er ook rekening mee gehouden, dat schaamte over uw zonde u de mond gestopt heeft en u bijna biddeloos heeft ge-maakt. Daarom zegt Hij tot u: ‘Neem deze woorden met u, en bekeer u tot de HEERE, en zeg tot Hem: Neem weg alle ongerechtigheid en neem ons in genade aan.’

Zie hier hoe groot Zijn genade is, dat Hijzelf woorden van bemoediging in het hart legt van iemand die hopeloos is afgedwaald.

John Bunyan (1628 - 1688)
Uit: Komen tot Jezus Christus

 

 

Uit ons Kerkblad van juli - september 2020