Meditatie Kerkblad

 

 

 

Op deze pagina kunt u uit ons kerkblad de meest recente meditatie lezen.


De Heere zorgt

‘Want zo zegt de HEERE, de God Israëls: Het meel van de kruik zal niet verteerd worden en de olie in de fles zal niet ontbreken, tot op den dag, dat de HEERE regen op den aardbodem geven zal.’ (1 Koningen 17 : 14)

Wat weet de Heere Zijn kinderen op een wonderlijke wijze te verzorgen. Die de Heere mogen kennen, zullen aan de Heere niets te kort komen. Dat betekent niet dat de Heere Zijn kinderen verwent. Dat betekent wel dat Hij ze op een bijzondere manier geeft wat goed voor ze is.
Als we inzien wat we bij de Heere verdienen, dan is elke broodkruimel een koningsmaal. Zo is ook de profeet Elia door de Heere bij de beek Krith wonderlijk verzorgd. Daar mocht hij veilig bij de Heere en veilig met de Heere zijn. Daar mocht hij het bij de Heere en met de Heere meer dan goed hebben. Wat zal hij dan meer dan tevreden over de Heere zijn geweest. Dat doet de Heere bij al Zijn kinderen. Bij alles wat Hij ze geeft; het is altijd in een bepaalde zin een boterham met tevredenheid.

Na verloop van een jaar echter begint de beek Krith uit te drogen. Maar ook in deze nood voorziet de Heere. Als de ene mogelijkheid uitdroogt, gaat er bij de Heere voor de zijnen een andere mogelijkheid open. Is er enige nood, zijn er moeiten waarin de Heere bij Zijn kinderen niet voorziet? Maakt Hij het niet waar, dat als de nood op het hoogst is, de redding nabij is? Wat bent u goed af als u deze Heere door genade mag kennen! Bij de wereld en bij uzelf komt u alleen maar tekort. Aan de Heere houdt u alleen maar over, tot zelfs de eeuwige zaligheid toe. Zijn machtige arm beschermt de vromen! Hoe de Heere voor Elia zorgt? Hij moet naar Zarfath gaan. Daar brengt de Heere hem in contact met een weduwe. En aan haar vraagt de profeet eten en drinken
We zouden geneigd zijn om te denken: waar haalt Elia de moed vandaan om uitgerekend aan haar, een arme weduwe, brood en drinken te vragen? Is het niet omdat de Heere Zijn kinderen in alles beproeft, ook in dat wat Hij ze vraagt en belooft? Deze vrouw behoorde tot de armsten van het land. Zij behoorde tot die mensen die het eerst gebrek hadden en die dan ook het eerst stierven. Tot haar moest Elia zich wenden. Van wie? Van de Heere, Die Zich niet vergist. Het is dan ook te begrijpen dat deze vrouw in een jammerklacht uitbreekt: ‘Man, ik heb niets meer. Een beetje meel nog, en een paar druppels olie. Dat is alles. En dan zullen we sterven.’ Toch neemt Elia zijn verzoek niet terug. Dat mag Hij niet van de Heere. Hij zou de Heere tekort doen. En waar hij misschien zelf geen mogelijkheden ziet, laat hij alles aan de Heere over, bij Wie ongekende mogelijkheden zijn. Hij draagt een belofte van de Heere met zich mee. En Gods beloften zeggen dat er bij de Heere mogendheden zijn, die er bij de mens niet zijn. Zelfs de mogelijkheid om zalig te worden! Daarom klonk Elia’s woord. Omdat hij Hem getrouw achtte, Die het beloofd had. Elia rekende niet met de feiten, maar mocht geloven in de Heere. Daarom klonk het als een geloofswoord uit zijn hart en mond: Vrees niet, Maak voor mij eerst een koek en dan zul je zien dat het meel in de fles niet op is en dat er nog genoeg olie in de fles zit voor jou en je zoon.
Nu staat deze weduwe voor de keus: moet ze bij haar verstand te rade gaan, of moet ze (mag ze) bij de Heere te rade gaan?

Worden wij niet elke dag voor die keus gesteld? Zijn onze beslissingen beredeneerd of uit het geloof? Het geloof redeneert niet, het geloof gelooft! Deze weduwe kan van dat kleine beetje meel en die paar druppels olie nog net wat eten voor haar en haar kind maken. Ze zullen dat opeten en dan gaan wachten op de dood. Of ze kan kiezen voor dat andere, om ook de profeet eten te geven. Uiteindelijk kiest ze voor wat Elia zegt. En zo kiest ze dus voor wat de Heere zegt. Eigenlijk wordt van deze weduwe geloof in de Heere gevraagd. En wat van haar gevraagd wordt, krijgt ze van de Heere.
Hij wil geven wat Hij vraagt. Was ze bij haar moederverstand te rade gegaan, ze zouden zelf nog een keer gegeten hebben. En aan Elia niets gegeven hebben. En ze zouden gestorven zijn. Maar nu schuift de Heere er wat tussen: Zijn eigen Woord. En niet alleen dat: Hij schenkt haar ook geloof. En zo mag ze leven. Is het ware geloof niet een zaak van leven of dood? Toch wel aangrijpend: Bij die vrouw is er maar één maaltijd tussen haar en de dood. Wat is een maaltijd?!

En als we het doortrekken: er is maar één schrede tussen ons en de dood. Beseffen wij dat wel? Die vrouw rekende met de dood. En wij? Als Gods Geest in ons leven komt, wordt de dood een levende werkelijkheid. We worden er bij bepaald dat we sterven moeten en dat we niet sterven kunnen zoals we geboren zijn. Maar wat rijk: deze vrouw mocht zich in alle doodsdreiging laten zinken op het betrouwbare woord van de HEERE. Toen hoefde ze niet te sterven, althans niet op dit moment. Deze vrouw had de dood voor ogen. Maar nu schoof de HEERE daar een belofte tussen. En die belofte maakt dat ze deed wat ze deed. Ze kreeg niet alleen de belofte, maar ook geloof in de belofte. Zo mocht ze steunen op het Woord alleen. Ze mocht alles uit handen geven.

Weet u, eigenlijk wil de Heere ons met Zijn beloften lokken en uitnodigen om het Hem te laten doen. De beloften zijn niet gegeven om ons op de been te houden, maar juist al het onze in eigen ellendigheid te verliezen en het van de Heere alleen te verwachten. Dat is sterven aan onszelf onder een hartelijk leedwezen over de zonden. Maar het is tegelijkertijd sterven tot het leven. Dit is de belofte van de Heere, dat Hij lust heeft in onze bekering en in ons leven. Dat vraagt om het doden van de oude natuur; om in een nieuw Godzalig leven te wandelen. Om langs deze weg te ervaren dat de Heere doet wat Hij belooft. Als een arme en ellendige mocht deze weduwe het van de Heere verliezen en het aan de Heere verliezen. Ze moest alles uit handen geven. Maar ze kreeg er alles voor terug. En we horen: ‘Wie is er onder ulieden die den Heere vreest, die naar de stem Zijns knechts hoort? Als hij in de duisternissen wandelt, en geen licht heeft, dat Hij betrouwe op den Naam des HEEREN, en steune op Zijn God.’ (Jesaja 50 : 10) Dat is een geloofsoefening die aan de Heere niet te kort komt. Al wat Hij beloofd heeft, zal bestaan!

 

ds. J. van Rossem, (1945 - 2013)
Uit: De Zaaier, jaargang 21 - nummer 8 - september 2009. (Uitgave van de HH Evangelisatie Scheveningen en de HHG Voorburg)

 

 

Uit ons Kerkblad van januari - februari