Meditatie Kerkblad

 

 

 

Op deze pagina kunt u uit ons kerkblad de meest recente meditatie lezen.


Wonderlijke gebedsverhoring

Hierover heb ik den Heere driemaal gebeden, opdat hij van mij zou wijken. En Hij heeft tot mij gezegd: Mijn genade is u genoeg…’ 
(2 Korinthe 12 vers 8 en 9a)

Paulus is in grote nood. Hij wordt door Satan met vuisten geslagen. Dat wil zeggen: hij wordt op een niet nader verklaarde wijze, bijzonder zwaar door Satan aangevallen. Maar met zijn beproevingen vlucht hij naar Gods genadetroon. Driemaal, dat is vaak en intens, bidt hij om bevrijding van de doorn in zijn vlees. Want hij weet dat Christus macht heeft in hemel en op aarde; en dus ook over Satan. Hij houdt niet op de Heere te smeken.

Hebt u ook al zo gebeden? ‘Ik liet niet af mijn hand en oog op te heffen naar omhoog.’ Het ware geloof kan de Heere niet loslaten, wanneer het als goud gelouterd wordt in het vuur van de beproeving. Het kan de Heere, juíst in de strijd, niet missen. Hij heeft immers beloofd: ‘Roep Mij aan in de dag der benauwdheid en Ik zal u eruit helpen.’

Maar de Heere helpt ons wel eens anders dan wij verwachten.
Er kunnen heel wat dingen zijn in ons leven die ons als een doorn steken. Dat kunnen aanvechtingen of verzoekingen van Satan zijn, maar ook noden, zorgen, zonden of tegenspoed die u steken. En nu gaat u bidden om verlossing van die doorn in het vlees, maar er verandert niets. We bidden weer en het blijft zo. We gaan door met bidden, maar toch blijft die doorn in het vlees. Dikwijls begrijpen we dat niet. Zou God mij vergeten? Dan gaan we de diepte in. We willen geen kwaad van de Heere denken, maar toch begrijpen we niet waarom Hij niet helpt. Dat kost strijd in ons hart. Als de slagen op ons neerkomen en de doorn in het vlees steekt, is het gebed een machtig wapen. Maar als de beproevingen nu aanhouden? En als u na driemaal bidden ten slotte niet meer kan, durft, of zelfs wilt bidden? Wel dan wijst de Heere u op Christus, Die in de hof van Gethsémané tot drie keer toe bad, of de drinkbeker van het lijden Hem voorbij kon gaan. Hij eindigde in de gehoorzaamheid aan de Vader: ’Niet Mijn wil, maar de Uwe geschiede.’
In Christus geeft de Heere antwoord, niet alleen op uw gebed, maar op al uw zonden en noden. Paulus kreeg antwoord, al was het anders dan hij verwachtte. De doorn in het vlees werd niet weggenomen. De Heere zette echter alles in een ander licht. Waar dát gebeurt, leren we de dingen van Gods kant bezien. Dan merken we, dat ze anders zijn dan we dachten. Wij letten immers altijd op ons gebrek, de nood van ons hart, onze zwakke krachten en de zwaarte van de beproevingen. Dan is alles te kort. Maar de Heere keert dat om. Want: ‘Mijn genade is u genoeg.’ Of zoals er in het oorspronkelijke nog nadrukkelijker staat: ‘Genoeg is u Mijn genade.’
Zie niet op wat u mist, zegt Christus, maar op wat u hebt. Daar kunt u het mee doen, dat is genoeg voor elke tijd, voor iedere moeite en tot elke taak in uw leven. Daarmee doorbreekt Hij onze eenzijdigheid. We zijn soms zo gericht op de doorn in ons vlees, dat we blind zijn voor alles wat de Heere geven wil. Met Zijn genade komt u erdoor. Die is genoeg in leven en sterven. Het woord genade sluit het geheel in van al Gods onverdiende zegeningen. Het is vergevende genade, reddende genade, sterkende genade, vertroostende genade. Het is de liefde, waarmee de Heere Paulus en de Zijnen omringt. Wat God deed, wat Hij doet en wat Hij nog doen zal. De Heere zegt hiermee: Vergeet niet waaruit Ik u gered heb. Denk aan de zegeningen en uitreddingen die Ik u schonk. Dat was alles genade. Dacht u dat Ik Mijn werk zou loslaten? Zou u ooit aan Mij tekort komen?
Christus spreekt als de hemelse Voorbidder tot ieder die op Hem hoopt en zegt: Ik hoor uw gebed en draag het voor Gods troon. Ik houd u vast. Niemand zal u uit Mijn hand rukken. Mijn genade is genoeg voor u met de strijd van uw hart, in alle nood en onder alle omstandigheden.
Waar de Heilige Geest dat Woord in uw hart legt, ziet u uw leven met andere ogen. Dan gaat u bidden: Heere, leer mij van die genade leven. Dan is de doorn niet weg; u voelt nog elke dag de pijn. Maar u mag zien op Hem, Die met doornen gekroond was om de pijn van uw doorn te stillen met Zijn liefde. Dan zeggen we: Heere, aan uw genade, ja aan Uzelf heb ik genoeg.

ds. N. van der Want

 

 

Uit ons kerkblad van november / december 2017