Meditatie Kerkblad

 

 

 

Op deze pagina kunt u uit ons kerkblad de meest recente meditatie lezen.


Dankbaarheid

‘Loof den HEERE, mijn ziel, en vergeet geen van Zijn weldaden.’ (Psalm 103 : 2)

Als men aan het Heilig Avondmaal is geweest, moet men zich niet gedragen alsof men een zwaar pak heeft afgelegd, waarmee men belast was. Vervolgens tevreden zijn, omdat men hoopt zich geen oordeel gegeten en gedronken te hebben. Om daarna terug te keren tot zijn vorige staat en levenswijze.
Let op, hoed u voor zulk gedrag. Wees zeer zorgvuldig om u na het Heilig Avondmaal op de juiste wijze te gedragen. Want als de satan in de voorbereiding en aan de tafel niets van u heeft kunnen afnemen, dan zal hij in de nabetrachting proberen een voorrecht van u af te nemen.
Toen de Heere Jezus gedoopt was, werd Hij door de duivel verzocht. Toen de discipelen het Heilig Avondmaal met Christus hadden gehouden, werden ze nog in diezelfde nacht geërgerd en verstrooid. En Petrus werd gezift als de tarwe. Toen Paulus in de derde hemel was opgenomen, kreeg hij een engel des satans, die hem met vuisten sloeg. Zo gaat het ook nu nog vaak met gelovigen. Daarom moeten ze zich na vertroosting wapenen tegen de aanvallen van de vijanden, zodat die geen vat op hen krijgen.

Overdenk hoe de Heere u ontmoet heeft. Bent u verdrietig aangegaan en verdrietig heengegaan, zonder iets van de Heere waar te nemen? Kreeg u vrede, stilte, hoop, verzekering, blijdschap? Volgde er stilheid zonder veel vertroosting? Of mocht u zichzelf toevertrouwen aan de Heere? Heeft u de Heere ontmoet op bijzondere wijze, of met heldere, krachtige verzekering? Overdenk deze dingen. Ontken niet wat u ontvangen heeft, waardeer het minste hoog. Als de ziel zich in stille overdenking kan bezighouden met het Avondmaal, dan zal het Avondmaal nog een zoete nasmaak hebben. Men zal zijn fouten zien en de vrije genade van God, Zijn goedheid en weldadigheid erkennen. Het zal zijn alsof men opnieuw bruiloft viert met de Heere Jezus, om Jezus vervolgens op Zijn eigen maaltijd uit te nodigen, en te zeggen: ‘O, dat mijn Liefste tot Zijn hof kwame, en ate Zijn edele vruchten!’ (Hooglied 4 : 16b)
Men zal dan in de nabetrachting die zegen ontvangen, die men in het gebruik van het Avondmaal heeft moeten missen.

Tot de nabetrachting behoort blijde dankbaarheid (Jes. 12 : 4-6): ‘Dankt de HEERE, roept Zijn Naam aan, maakt Zijn daden bekend onder de volken; vermeldt dat Zijn Naam verhoogd is. Psalmzingt de HEERE, want Hij heeft heerlijke dingen gedaan; zulks zij bekend op de ganse aardbodem. Juich en zing vrolijk, gij inwoners van Sion, want de Heilige Israëls is groot in het midden van u.’
Dankbaarheid bestaat in het kennen, opmerken en waarderen van een ontvangen goed. Dat houdt hier in: het hele werk van de verlossing door de Heere Jezus Christus en van alle goederen die beloofd zijn in het verbond der genade.

Tot de nabetrachting behoort dat men voortdurend opziet tot en omgaat met de Heere. Daarvoor is nodig dat men God beschouwt als een in Christus verzoend Vader. Al gaat het licht weg, al valt men in zonden, al komt er strijd, toch moet men vasthouden aan de onwankelbaarheid van het verbond. Het verbond is niet vast of los overeenkomstig uw gevoel, uw staan of vallen, maar vanwege de onveranderlijkheid van God (Jes. 54 : 10): ‘Want bergen zullen wijken en heuvelen wankelen, maar Mijn goedertierenheid zal van u niet wijken, en het verbond Mijns vredes zal niet wankelen, zegt de HEERE, uw Ontfermer.’
Stel voortdurend de Heere voor u en leef in een voortdurende samenspraak: biddend, raadvragend, afhankelijk wachtend, eerbiedig aanbiddend, rustend in Hem, dankend en u tot Zijn dienst aanbiedend. Gewen u zo aan de Heere.

Wilhelmus á Brakel
Uit: Aan Christus’ tafel

 

 

Uit ons kerkblad van augustus / september 2018