Stukje voor de jeugd

 

 

 

Op deze pagina kunt u uit ons kerkblad het meest recente stukje voor de jeugd lezen.


Beste kinderen en jongelui,

 

Filemon

 

Er waren vroeger veel slaven. Ze waren het eigendom
 van hun baas of meester, een stukje bezit. Die eigenaar
 was de baas over hun leven. Soms kon een slaaf het niet
 langer volhouden en vluchtte. Maar waar moest hij naar
toe?! Er bestond een regel: een slaaf was een poosje
veilig bij de vriend van zijn baas. Deze vriend moest
dan wel zijn best doen om het weer goed te maken
tussen de slaaf en de baas. Daarna ging de slaaf terug
naar zijn baas.
De slaaf Onésimus was bij zijn heer Filémon weggelopen
 en naar Paulus gevlucht. Paulus stuurde Onésimus terug
met een brief. Lees Filémon vers 1, 10 tot en met 16 en 22 maar eens.
Paulus noemt zichzelf soms ook slaaf: dienaar van Jezus.
Hij weet dat Jezus zijn meester is. Daarom noemt hij Jezus vaak de

............................................................. Jezus Christus (vers 25).

 

   

 

 

En jij?

Weet jij al of je het eigendom van Jezus Christus bent?

Hij wil jou verlossen uit de macht van de duivel. En Hij wil niet dat jij nog langer slaaf van de zonde blijft.

Hij kan jou bevrijden! Dan mag je God gaan dienen.

En Hij is een liefdevolle Meester voor jou.

Hiernaast zie je voorbeelden van verslavingen uit onze tijd.

Maar ook voorbeelden hoe je God kunt dienen.

Zet een groot kruis door de verslavingen en kleur waar God gediend wordt.

 

 

Groetjes, Corine Kroos

 

 

Uit ons kerkblad van november / december 2017